Dokter Bouwkamp blikt terug.
Van huisarts in Nieuwendijk tot
filosoof.
Al jaren is hij geen huisarts meer in Nieuwendijk en
toch valt zijn naam nog zeer regelmatig. Dokter Bouwkamp, een spraakmakend
persoon met een geheel eigen visie op het leven. Hij nam daarover geen blad
voor de mond en kon zo mensen aardig van hun stuk brengen Altena Nieuws
sprak met hem over zijn periode als huisarts en “zijn zoektocht naar de rest
van het bestaan na het dokterschap”.
Bouwkamp groeide als enig kind op bij zijn oom en
tante, in het glazen huis van een notarisgezin. Tien dagen na zijn geboorte,
in 1924, is zijn moeder overleden. Zijn vader overleed 3 maanden daarna.
Zijn pleegouders stimuleerden hem tot een studie medicijnen, waar hij, door
allerlei nevenactiviteiten, 10 jaar de tijd voor nam. In 1956 werd hij
huisarts in Nieuwendijk. “Allemaal huisjes met vrouwen en kinderen, want
veel mannen werkten buitenaf. Op vrijdagavond kwamen ze thuis om hun gerief
te halen. Dat was voor veel vrouwen een probleem.” Begin zestiger jaren kwam
de pil op de markt kreeg dokter Bouwkamp het middel in handen dat bij
vrouwen de angst voor een te groot gezin wegnam. Hij werd naar eigen zeggen
“pilgek”. Jonge meiden, bij wie hij maar enigszins een verlangen naar
seksualiteit bespeurde, kregen van hem al de pil mee. Op den duur kwamen ook
de moeders om het nieuwe voorbehoedsmiddel. Bouwkamp was voor
gezinsbeheersing. Het aantal ongewenste zwangerschappen daalde van 8, naar 2
op de 10.
Rutgerstichting
Het baanbrekende werk van Bouwkamp sprak zich al snel
voort. Tijdens een regenachtige voetbalwedstrijd achter zijn huis werd hij
gevraagd voor de Rutgerstichting de pil te gaan verstrekken. Dit resulteerde
in het jarenlang houden van een wekelijks spreekuur in Gorinchem. Wanneer
een voorbehoedsmiddel een enkele keer het bedoelde werk niet had gedaan,
voelde Bouwkamp dat voor een deel ook als zijn probleem en adviseerde mensen
naar Engeland te gaan. Het land waar vrouwen toentertijd voor een abortus
terecht konden.
Bouwkamp heeft naar eigen zeggen “duizenden vrouwen
geholpen met minder ellende door het leven te gaan”. Hij heeft dit duidelijk
als een plezierige kant van zijn vak ervaren. “Als dokter zie je echter ook
meer leed dan je als mens kunt hebben. Het moeilijke van het huisartsenvak
zit ‘m in de onoplosbare problemen zoals kanker en burned out. De reguliere
geneeskunde heeft daar geen antwoord op.” Als Bouwkamp de huidige praktijk
van een huisarts vergelijkt met die uit zijn tijd, dan ziet hij vooral
overeenkomsten. Wel is het vak in de loop der jaren ingewikkelder geworden
door het uitbreiden van de administratie en het grotere assortiment
medicijnen. “Het blijft echter een mooi beroep vanwege de intermenselijke
contacten. Je krijgt de hele mens ter beschikking; dat maakt intiem”, aldus
Bouwkamp.
Schaarse vrije tijd
Naast zijn werk als huisarts gaf Bouwkamp enige tijd,
samen met loco-burgemeester Biesheuvel en de hervormde predikant, het
krantje “Actualiteiten” uit. De drie prominenten wilden een forum vormen
voor “het dorp wat eigenlijk nergens echt bij hoorde”. Verder besteedde hij
zijn schaarse vrije tijd graag aan vissen. Dat was hem echter niet altijd
gegund want menig keer werd hij van zijn hengel weggeroepen om een bevalling
te begeleiden. Eigenlijk kwam het erop neer dat Bouwkamp geen privé-leven
had. Hij was zelden of nooit los van zijn werk en in gesprek raken met zijn
4 kinderen was er dan ook niet bij. De dienstregeling voor de zondagen, die
op een gegeven moment ingesteld werd, gaf wel wat mogelijkheden voor het
gezin, maar werd door Bouwkamp ook ingevuld met zweefvliegen.
Na het huisartsenbestaan
In 1984 werd de dokterscarričre van Bouwkamp
voortijdig beëindigd. Hij werd volledig afgekeurd wegens een tia (soort
hersenkrampen) en had volgens artsen nog slechts 5 jaar te leven. Hij
vertrok uit Nieuwendijk om te kunnen overleven. Tien jaar daarvoor had hij
aan een stervende Nieuwendijker het advies gegeven naar Spanje te gaan omdat
“je daar langer kunt leven vanwege het klimaat en het feit dat je de mensen
niet kent en dus niet met hun ellende geconfronteerd wordt.” Hij reisde deze
nog springlevende man achterna. Eenmaal tot rust gekomen had het leven in
Spanje veel weg van “het vullen van de tijd tussen nu en doodgaan”. Samen
met zijn partner Len kocht Bouwkamp een caravan en ging rondtrekken om te
zien wat er in de wereld nog meer te koop was. Na vijf jaar reizen werd in
Frankrijk een boerderij gekocht. Het werk op een boerderij nekte Bouwkamp
echter opnieuw. Lichamelijk ging hij achteruit en in 1992 werd de boerderij
verkocht. Bouwkamp vestigde zich samen met Len definitief op de plek die hij
in de voorliggende jaren regelmatig tijdelijk als thuisbasis gebruikte;
naast zijn voormalige assistente Elly Walraven. “Len en ik moesten voor ons
bestaan een nieuwe vorm vinden. Ik was inmiddels gescheiden van mijn vrouw
en voor Len en mij was de gebruikelijke nestvorming en het krijgen van
kinderen er niet meer bij. De vraag was wat ermee te doen. Eigenlijk ben ik
blijven steken in het filosoferen over de zin van het leven”, aldus
Bouwkamp.
In zijn periode als huisarts is Bouwkamp naar eigen
zeggen “meer hulpverlener van vrouwen geweest, dan dokter”. Als hij opnieuw
zou mogen kiezen, werd hij ook geen huisarts, maar “nadenker over het
leven”. Inmiddels heeft hij zijn eigen ideeën gevormd over de ziektes waar
hij indertijd geen raad mee wist en is zijn interesse voor conceptie
uitgemond in gedachtes over prenataal psychologie; invloeden op de mens voor
zijn geboorte. Vierentwintig uur per etmaal is Bouwkamp aan het beschouwen.
’s Nachts in zijn dromen, die hij zelf een richting geeft. Dromen zijn erg
belangrijk voor hem. Hij is er dan ook zeer nieuwsgierig naar of hij zelf
nog wel eens een rol speelt in het droomleven van Nieuwendijkers. Via Elly
Walraven, of per brief kan men dit aan dokter Bouwkamp laten weten!
(Altenanieuws 10 februari 2001)