Verhalen

woensdag 16 maart 2011

Start
Chiel
Snul
Liederen
Germa
Dokter Bouwkamp
Drik van Breugel
Bijnamenblues
Mijmeringen
Jan Westerhof
Schoenmaker

 

Verhalen, gedichten en liederen van Nieuwendijk en van Nieuwendijkers.

Het verhaal is aan het uitsterven zeggen de onheilsprofeten. Nog een jaar of tien en boeken zijn verdwenen en komt alle informatie tot ons via een of ander beeldscherm. Wij van de Nieuwendijk Sijt denken dat het zo'n vaart niet zal lopen. Wel zijn  we dol op een goed verhaal, waarbij het ons niet veel uitmaakt of het verhaal echt waar is of niet. Een goeie vertellen overdrijft niet om te liegen, maar om het verhaal smeuïger te maken. Afijn, om een lang verhaal kort te maken: mail uw verhaal naar ons en wij zetten het op de sijt en misschien later, als er voldoende zijn, wel in een boek.

horizontal rule

horizontal rule

 

Op zoek naar Corrie Heijstek

Hallo, mijn naam is Hans.

 
In 1953 met de watersnood was ik in militaire dienst bij de verbindingstroepen. In de nacht van Zondag op Maandag na de overstroming in Nieuwendijk
kwam ik aan in Werkendam. In een soort groetenschuit, volgeladen met communicatiemateriaal voeren wij (5 militairen) in het donker naar Nieuwendijk. De mannen die ons roeiden wisten in het donker Nieuwendijk niet te vinden, na heel lang roeien kwamen we toch in Nieuwendijk aan. De radio-installatie konden we in de kerk plaatsen met een antenne vanaf de toren gespannen. Voor dat alles klaar was verhuisden we naar een gemaal. een grote ronde ruimte. Deze ruimte was ijskoud, iemand had een klein kacheltje maar daar kon je nog geen kubieke meter mee verwarmen. Ondertussen kregen wij het in onze natte kleren erg koud. Gelukkig voor ons konden wij toen met onze zend- en ontvangapparatuur naar Hotel van den Heuvel.Van daaruit werden de berichten ontvangen en verzonden. Onze apparatuur kreeg zijn voeding uit accu, die bijgeladen werden door een aggregaat. Een zekere Hannis, (volgens een gekregen ansichtkaart Hannis Visser Duijzer uit Almkerk) wilde graag deze accu,'s verzorgen, dan had hij wat te doen zij hij. 's,Avonds liepen wij wat over de dijk en hadden al gauw contact met diverse meisjes van onze leeftijd, namen weet ik niet meer.
Een meisje woonde toen op Dijkje 6, haar voornaam was Corrie, achternaam waarschijnlijk Heijstek. Mijn vraag is,kennen jullie haar, leeft zij nog. Ik zou nl.
graag met haar eens in contact komen.
Ik hoop dat jullie iets weten en mij terug willen mailen.
Met vriendelijke groet,
Hans Houtkamp.

email: j.houtkamp@hccnet.nl l

 

horizontal rule

Koninklijk bezoek in Goezathe

 
Toevallig kwam ik op jullie site en ik heb met een Nieuwendijkse jaren gewerkt( Adrie de Pender - de Graaff)
Zal wel een bekende voor jullie zijn onder de oudjes!!  De koningin zou op werkbezoek komen in Werkendam en ook Adrie stond te wachten tot de helikopter zou landen op het voormalige voetbalveld,waar nu het bejaardenhuis Goezathe staat.
naast dat veld stonden hoge bomen die veel blad verloren. Toen zei Adrie op zijn nieuwendijks: Ze hadde weleens magge vège veur da miens. En da miens dat was de koningin. 
we hebben dubbel gelegen
 
dus ook een werkendammer kan om een Nieuwendijkse lachen
 
miens  mens
vège    vegen
deinsdagmèrge naor de mert  dinsdag morgen naar de markt
 
veel succes met de site
 
groetjes van Marja Kappel een (werkendammer)

horizontal rule

Drik van Breugel ontvangt 'Draaginsigne Gewonden' (Door Ton Kuppens)

 NIEUWENDIJK, 11 okt 1994 - Burgemeester Dorland van Werkendam speldde donderdag 6 oktober 1994 deze onderscheiding op de revers van Drik van Breugel (67). Hij kreeg dat insigne naar aanleiding van zijn verwondingen, opgelopen tijdens de 'Tweede Politionele Aktie' in 1949 in het toenmalige Nederlandsch Indië. Met een schotwond in de borst en enkele maanden later het verlies van zijn linkerbeen, heeft hij een zware prijs betaald voor zijn dienstplicht.

 Ondanks die verwondingen is hij nog steeds dankbaar voor de ervaringen, die hij als broekie van nauwelijks 20 heeft opgedaan in de 'Gordel van Smaragd', zoals Indië door vele Nederlanders nog steeds met nostalgisch heimwee wordt getypeerd. Die heimwee slaat dan eigenlijk op de vooroorlogse periode, toen de koloniale structuren nog probleemloos functioneerden. Met de Japanse bezetting en de opkomst van Soekarno's onafhankelijkheidsstrijd spatte die oosterse droom in miljoenen scherven uiteen, daarbij vele mensen - Indonesiërs en Nederlanders - geestelijk en lichamelijk diep verwondend. Velen lieten het leven en vooral de altijd nabije dood, loerend uit de bush-bush, uit die vriendelijk wuivende klapperboom of gewoon vanaf de sawah-veldjes, maakte die knapen van nauwelijks 20 in een klap volwassen. Ook voor de vrijheidsstrijders was de dood een dagelijkse metgezel. Er was nauwelijks kans op overleven bij de botsingen, de haat zat zo diep, dat ze zich letterlijk doodvochten. Berucht zijn de namen van kapitein Raymond Westerling en Ponke Princen. Westerling die zonder pardon opkwam voor zijn manschappen en meermalen flink over de schreef ging bij vergeldingen; Princen als de man die deserteerde en later overliep naar de TNI (Tentara National Indonesia) Sukarno’s vrijheidsstrijders. Drik's verhaal is er een van de velen die ik in de afgelopen jaren al heb gehoord van oud-KNIL-ers en in al die geschiedenissen valt één ding bovenal op: hun bijna eeuwige verbondenheid met de bevolking en Indië. Het kon dan ook niet uitblijven: een bezoek aan Indonesië in 1978 en het emotionele weerzien met het land, dat voor een groot deel zijn leven heeft bepaald, ondanks zijn verblijf van nauwelijks 2 jaar. Foto's, films en aantekeningen markeren die periode en zijn latere bezoek.

 'Donderse Brak'

Hij kwam op in Nijmegen bij het roemruchte Regiment Stoottroepen op 5 juni 1947. Na de opleiding, waarbij al vast stond dat ze naar Indië gingen, vertrok de lichting op 5 november met het troepentransportschip 'Volendam' met in totaal 1500 man aan boord naar Batavia. Een reis van nauwelijks 3½ week, maar door averij, opgelopen in het Suez-kanaal, werden het er 6. In Batavia stonden een tweetal vrienden (Hans Groeneveld en Jo van Breugel) hem op de kade op te wachten, maar ze hadden hem niet opgemerkt. Hij sloop in een omtrekkende beweging achter ze en toen ze na enige tijd foeterden: "Waar blijft diejen donderse 'Brak' nou" , joeg Drik ze de stuipen op het lijf met zijn begroeting in plat Nieuwendijks. De omstandigheden aan boord waren erbarmelijk. Bij z'n aankomst was hij bijna 27 pond gewicht kwijt, "...en dat van een manneke, dat van huis uit al vel over been was", grinnikte hij. Na aankomst gingen ze door naar Makassar, een havenstad op het zuidwestelijke puntje van Celebes, waar een acclimatiseringskamp was ingericht. Daar leerde hij ook kapitein Westerling kennen. Tijdens de aanpassingsperiode leerden de groentjes uit Holland te overleven in de tropen en de kneepjes van de guerilla-strijd. Na enkele maanden gingen ze vervolgens per DC-3 naar Semarang op midden-Java voor het zware werk. We spreken dan over medio 1948. Hij herinnert zich vooral het dualistische karakter van de Indische samenleving. Een bevolking die aan één kant 'senang' (lief, aardig) was voor de Hollanders, maar ook de wreedheid van de TNI, die bij gelijktijdig bij diezelfde bevolking kon rekenen op brede steun. 

De dood als metgezel

Voor Drik ging het voor het eerst fout op 29 januari 1949 tijdens een actie in een kampong in Bantoel. Bij inspectie van de hutten kwamen ze in het onderkomen van de 'kapala kampong', zeg maar de burgemeester. Daar hing een levensgroot portret van Soekarno aan de wand en Drik zei tegen z'n makker Cor Schellekes: "Hier valt weinig goeds te verwachten". Vrijwel direct viel hem een vierkant gat op in de grond, aan de rand van de hut en Drik liet zich daar in zakken. In het licht van z'n lantaarn ontwaardde hij ondergronds een kompleet wapenarsenaal ... en een schim. In een fractie van 'n seconde waarschuwde hij zijn makkers, brulde "datang", wat zo ongeveer betekent: 'kom maar op, dat ik je bij je donder vat', knipte het licht van z'n lantaarn uit en liet zich opzij vallen. Het schot trof hem vol in de borst, onder de long. De schutter ontkwam en Drik werd afgevoerd naar een hospitaal in Semarang. Het was niet zijn eerste confrontatie met de dood. Die kwam eerder die maand. Zijn groep liep in tirailleurslinie (breed verspreid) naar een verdachte kampong in de buurt van Djokjakarta. In de alang-alang (hoog gras) zochten ze dekking. Liggend onder een klapperboom bespiedde hij zijn omgeving en keek ook automatisch naar boven. Hoog in de boom zag hij de sniper (sluipschutter), loerend naar zijn naderende makkers. Drik verstijfde van schrik. Voorzichtig tikte hij zijn KNIL-maat Kasran aan en wees naar boven. Die wees naar zijn pistool en vervolgens naar de sniper. Maar zomaar iemand uit een boom schieten was voor onze Nieuwendijker op dat moment teveel. Kasran bedacht zich toen geen ogenblik en vuurde, zonder ook maar een moment te twijfelen. De scherpschutter plofte dood neer naast de beide militairen. Het verhaal komt er zeer geëmotioneerd uit. Een doodgewone dorpsjongen uit het Land van Heusden en Altena leerde de keiharde realiteit van de oorlog kennen. Al even dramatisch was zijn verhaal over de dood van de NAC-voetballer Piet Mak. Ze stonden pal naast elkaar toen een daverend schot een einde maakte aan diens leven. Piet was de eerste maat die in zijn bijzijn stierf. Zijn gemoed schiet nu nog vol bij het vertellen van dit verhaal. 

Op een mijn

Op 17 juni 1949 reed Drik als brenschutter op een van de zes brencarriers (gepantserde rupsvoertuigen met een mitrailleur) ter beveiliging van een konvooi van Djokjakarta naar Kalioerang (Java). De weg was ondermijnd met een vliegtuigbom, die met een trekdraad vanuit de rijstvelden tot ontploffing werd gebracht, een oude maar zeer effectieve truc van de TNI. De klap was immens. Drik en zijn luitenant werden zwaar gewond uit het voertuig geslingerd, waarbij hij ontdekte, dat het met z'n linkerbeen helemaal fout zat. Dat bungelde er hopeloos aan. Hij was in een beekje beland, dat al snel rood kleurde van het bloed. Razendsnel ingrijpen van een 'hospik' voorkwam dat hij ter plekke doodbloedde. Een zestal opgeroepen Mosquito jachtvliegtuigen mitrailleerden de rijstvelden schoon, maar van de TNI-ers werd geen spoor meer gevonden. In het hospitaal in Semarang werd het been geamputeerd en voor Van Breugel was de oorlog in Indië voorbij. Drie maanden later keerde hij met de Johan van Oldebarneveld en vele honderden gewonden terug naar Nederland, waar een 're-amputatie' werd uitgevoerd. De provisorische ingreep op Java werd hier vakkundig afgewerkt: het botte stompje werd opnieuw geopereerd en keurig  eivormig afgerond, zodat hij later gemakkelijker met een prothese  zou kunnen lopen.

Laat

Beide verwondingen waren nu aanleiding voor de minister van defensie om - 45 jaar na dato - Drik van Breugel te eren met het Draaginsigne Gewonden. Een (te) late erkenning van de onschuld van die duizenden dienstplichtigen, die niets anders deden dan de politieke  besluiten van het parlement en de regering uitvoeren, tegen de op dat moment al heersende wereldopinie in. Voor Drik liep het nog redelijk goed af, maar heel wat kameraden, jongens van nauwelijks 20, kunnen het niet meer navertellen. Voor hen komt de erkenning veel te laat.

horizontal rule

 'Burgemeester van de Kille' opent het 'Killelaantje' (Door Ton Kuppens)

 KILLE - Ze waren altijd al Werkendammers, die lui van de Kille en overschrijding van de gemeentegrens tussen de Kille en Nieuwendijk (toen nog gemeente Almkerk) was immer een riskante aangelegenheid. Vrouwelijk schoon van 'de Nieuwendijk' verkeerde niet met mannen van 'de Kil' en omgekeerd evenmin. Overtreding van die ongeschreven natuurwet leidde immer tot hoon, spot en schande of tot strafexpedities van beide zijden, waarna bij 'Sjareltje' de tijdelijke wapenstilstand overgoten werd met een biertje. Honderden verhalen over die talloze veldslagen tussen de mannen van 'De Kil' en 'De Nieuwendijk' in vroeger jaren, worden nu nog op verjaardagen en in de diverse clubhuizen met smaak verteld.

 Gemeentelijke herindeling

Toen Nieuwendijk in 1972 tot de gemeente Werkendam ging behoren, beschouwde 'De Kil' dat als de genadeklap voor 'Den Dijk'. De Kille had de Nieuwendijk geannexeerd, heette het. Nieuwendijk zag dat ietsjes anders. De Kille werd eindelijk uit zijn eeuwenoude isolement verlost, schamperde men daar. Niet langer moesten ze de bewoonde wereld zien te bereiken via sluipwegen door de Biesbosch of via Werkendam; Nieuwendijk opende zijn zwaar verdedigde grens en bood De Kille een vrije toegang tot de beschaafde wereld. Feit is, dat aan al die broedertwisten toen gaandeweg een einde kwam. Gemengde huwelijken lokten niet langer kruistochten uit en zelfs wederzijdse toetreding in elkaars verenigingen was bespreekbaar. Nieuwendijkers wijzen echter niet alleen de gemeentelijke herindeling aan als oorzaak voor de intredende vrede maar ook het geld, het 'slijk der aarde'. De Kil verkwanselde medio 70-er jaren, z'n fraai ogende, maar verder nogal gammele dijkhuisjes voor dik geld aan randstedelingen en streken vervolgens neer in de fraaie nieuwbouw, met doorzonkamer toilet en douche en voor de meeste koters een eigen kamer. Luxe die aan de Kildijk nauwelijks bekend was, grinnikten die Nieuwendijkers. Ze liggen nu nog in een deuk als ze herinneringen ophalen aan 'lui van de Kil' die 's-avonds door hun (nieuwbouw-) tuin dwaalden op zoek naar het kleinste kamertje. Maar dat is allemaal verleden tijd. Het harmoniemodel heeft de tegenstellingen uitgepoetst en het streekdialect hoor je nog nauwelijks aan de Kille. Maar soms komt die oude strijdgeest weer even uit de fles. 

Nieuwe 'eigen' weg

Zo ook een jaartje of twee geleden. Willem Ouwerkerk, een van de laatste 'Killer'-autochtonen en gelukkig bezitter van zo'n inmiddels fraai herbouwd dijkhuis aan de Kildijk, kocht toen met zijn buren, na bemiddeling van de 'burgemeester van de Kille' Arend Bosboom, een enorme lap grond, grenzend aan hun kavels. Willem ontkurkte samen met Jasper en de rest van de buurt broederlijk een flesje, om de aanwinst te vieren en zie daar: ineens verscheen die ouwe doodgewaande 'Kille-geest' grijnzend in een wolk van geestverruimende vochtdampen ten tonele en stookte het revolutionaire vuurtje weer op. Een eigen weg, verhard, verlicht en met een eigen naambordje - te onthullen door hun bloedeigen burgemeester, moest de aloude onafhankelijkheidsdroom nieuw leven in blazen. Zo gezegd zo gedaan. De buurt lapte spontaan en in de illegaliteit werkten ze zich de blaren op de handen. Betonnen poertjes werden gestort, het pad werd met behulp van bevriende wegenbouwers in het duister verhard, een handige handelaar schuimde stad en land af voor nostalgische lantaarnpaaltjes en bij een van de broeders werd illegaal stroom afgetapt voor deze straatverlichting. Op zaterdag 11 juni 1994 was het moment suprème aangebroken. De pers kreeg pas op het allerlaatste moment een seintje; de 'burgemeester' moest uit zijn tuin gesleept worden (hij was 't vergeten); kratjes bier werden koud gezet en een fles champagne werd (niet in Nieuwendijk) aangeschaft. In processie toog de buurt om ongeveer 19.00 uur naar de ingang van het nieuwe laantje, ruim een uur te laat (de schuld van de 'burgemeester van de Kille'). Na ontroerende toespraken van Jasper: 'eindelijk hebben we onze eigen ontsluiting' en Arend (de burgemeester) moest deze het straatnaambordje onthullen. Hij kwam niet verder dan het onderste touwtje. Moeder natuur had hem niet al te rijk gezegend met lengte en dus was vereende hulp van de buren nodig, ter verheffing van zijn edele lijf, om ook de bovenste touwtjes te bereiken. Na enig gesjor en gesteun lukte het hem om het bordje te onthullen en daar prijkte trots de naam: 't Killelaantje.

 Ga nu niet op de gemeenteplattegrond zoeken naar dat laantje, want het pad is 'eigen weg' en dus niet officieel, maar het mag een voorbeeld zijn voor de gemeente. Daar waar die niet veel verder komt, dan een lantaarnpaal om de 100 meter, waarvan de helft om 11 uur uitgaat, is hier sprake van een zee van licht, 'n baken voor het vliegverkeer (Daar ligt 't Killelaantje) maar ook het toppunt van energiebesparing, want niet alleen draait slechts één man op voor de stroomkosten: alle lantaarns zijn tevens voorzien van zuinige spaarlampen. Daar moest dus stevig op gedronken worden...

 

horizontal rule

Bijnamenregister,

Nog een keer dat bijnamenregister. In de inleiding wordt de behoefte aan bijnamen  verklaard uit het feit dat veel Nieuwendijkers door het leven moesten met dezelfde familienaam. Zonder bijnamen zou je al die Van der Stelten, Groenevelden en Van Breugels inderdaad niet uit elkaar hebben kunnen houden. Toch is die praktische noodzaak maar een deel van de verklaring.  Er prijken immers ook mensen met een zeldzame familienaam op de lijst. Zo scharrelde er destijds maar één Pelikaan rond op het dorp, bij mijn weten, en toch werd hij al snel  Sjarreltje genoemd. Er moet dus sprake zijn van een ongewone creativiteit op dit gebied, een bijzonder Nieuwendijks naamgevingstalent.  Let ook eens op de grote variatie in type: de gewone beroepsaanduidingen (Jo de Kapper, Jan de Slager), de meer fantasierijke verwijzingen naar iemands beroep  (Huib Cent, Drikske van’t Winkeltje), soms met oudtestamentische bijklank  (Hannes Licht en Kracht),  de zinspelingen op iemands uiterlijk  (‘t Zwart Jantje) of gedrag (Ton t’Ouwehoer),  de patronymica of vadernamen (Wim Pauke, Chiel  van Nelleze),  en zo meer. Er zijn bijnamen waar een mooi verhaal aan vastzit,  maar er zijn er ook waarvan  vermoedelijk niemand meer de herkomst weet. Hoe begrijpelijk  of onbegrijpelijk  ook,  zo’n  bijnaam  betekende dat de drager of  draagster  meetelde in de gemeenschap.  De reikwijdte mag  zich  soms hebben beperkt tot het schoolplein (den Oester of de IJzeren Hertog alias de Natte Geit), zoals ook grotestadskinderen  nu eenmaal bijnamen verzinnen voor hun leraren. Maar de actieradius van de meeste Nieuwendijkse bijnamen was toch het dorp als geheel. Onder je bijnaam speelde je je rol aan de Kil , het End en de Straatweg. Zo werd er over je gesproken en zo hoorde je erbij. En dus was zelfs de grofste bijnaam een eer, in zekere zin. Niet iedereen was er misschien  even blij mee, maar beter zo bekend dan doodgezwegen. Wie als grijze muis door het leven gaat,  vindt de dorpsgemeenschap geen bijnaam waard.  

Kortom, in dat bijnamenregister zit een sociologische doctoraalscriptie,  zoveel interessante aspecten zitten eraan. Enige haast lijkt me bij zo’n  studie  dan wel geboden, want als ik zie hoeveel bijnamen ik zelf nog weet uit mijn eigen Nieuwendijkse kinderjaren, en hoe weinig nieuwe namen daar, verhoudingsgewijs,  in de volgende zestig jaar zijn bijgekomen, dan moet dat aardige verschijnsel nu toch enigszins op z’n retour zijn.

Het meest boeiende aan het register blijft, dat het de herinnering aan mensen levend houdt. Uiteindelijk gaat het niet om de bijnamen zelf, maar om de mensen die erachter schuilgaan.  Daarom vind ik het jammer dat bij sommige nummers de echte naam ontbreekt. Eigenlijk zou daar ook het geboortejaar en eventueel het sterfjaar van de betrokkene bij moeten staan, wat mij betreft, maar dat is misschien te veel gevraagd. Toch hoopte ik zeer dat iemand de burgerlijke-standnaam  van Kees en Pleun Sabel nog zou weten,  wier bijnaam  ik zelf  aan de lijst heb toegevoegd.  Het waren mensen zonder kinderen, meen ik, en ze woonden in de jaren veertig  naast groenteboer Wim Pauke. Heetten ze misschien Van Rosmalen, of herinner ik me dat verkeerd?  Is die Henk van der Zouwen (de hekkensluiter van de medewerkers aan het register)  nog een echte Pauke?  Dan zou hij het moeten weten!

Henk Leene (1937)

P.S. Zie via Google als voorbeeld van een mooie bijnamenlijst ook: Bijnamen in Rijssen.

horizontal rule

Kijfhoek

Ik weet niet of het nog actueel is maar ik weet wel het eea over kijfhoek. Uit de tijd dat er nog tij was…….

Als je bij Kijfhoek wilde overvaren, moest je keihard “Ovér!!!!” roepen!!  Dat kwam Keske van ’t kefoek, of z’n familie kijken wie er over wilde… Overigens was dat wel een punt of je met eb of vloed over wilde. Bij eb dachten we weleens, we kunnen het zo te voet oversteken, maar de blubber weerhield ons ervan. Ik ben een aantal keren met mijn vader, Leen Ebert sr. overgevaren om een telegram te bezorgen op de boerenverdriet, of andere boerderijen. Of samen met mijn neefs Anton en Hen Ebert om koeien op te halen of weg te brengen… Verder was er altijd een enorme rietschelf als er weer riet gesneden was. En uiteraard bergen rijshout voor de zinkstukken. Later toen er geen tij meer was en de brug er lag (zoals nu) gingen we er met heel veel nieuwendijkers en killenezen zwemmen.  

Wij kwamen er nogal eens. Maar ja de biesbosch was dan ook ons “avonturengebied”!! Tja de biesbosch ik kan er uren over vertellen…….Als je er meer over wil weten dan moet je maar een mailtje sturen.

 Leen Ebert

e-mail l.ebert@hccnet.nl

 

horizontal rule

Toen ik op de kleuterschool zat, zei mevr. de Kam tegen ons, dat we onze ouders met U aan moesten

spreken. Onze buurjongen zei toen  's avonds tegen zijn moeder: "U doede gij  't licht is aon"

Letje  van Jetse en Aoie uit den Buitendijk

horizontal rule

horizontal rule

 
   

Start | Bezoekers | Bijnamenregister | Woordenboek | Informatie ABC | Verhalen van oud Nieuwendijkers | Verhalen | Fotoalbum | Sport | Cultuur | Geschiedenis | Toerisme | Volkslied | Links | Onze afgevaardigde in Werkendam | Nieuwendijk(ers) op YouTube

Deze site is voor het laatst bijgewerkt op 03/16/11