














|
|
Het
is niet onze bedoeling om een Dikke van Dale voor het Nieuwendijks te gaan
samenstellen (dik zijn we zelf al en zoveel tijd hebben we nu ook weer
niet). Het gaat ons meer om een lijst van typisch Nieuwendijkse woorden.
Omdat het internet zo lekker interactief is (èg ge veur de televisie zit dan
kan de wel kankere mar niemand heur ut; hèdde wa te zèke over deuze sijt dan
hoef de mar te melen en ge kan kwijt wa ge te zegge het.
Verder roepen wij oe op om ok is een woordje in te levere...mee uitleg!!! Ook gezegden zijn
van harte welkom!!! De blauwe woorden zijn er het
laatst bijgekomen.
Ons
emailadres is:
nieuwendijksijt@ziggo.nl
-
aachterhuis -
achterkamer
-
aachterland -
onderontwikkeld gebied oostelijk van den Nieuwendijk
- aai -
Ei
- aaierkoek -
eierkoek
- aaike -
Een eitje. En natuurlijk de strelingen over het hoofd
oftewel: een aaike over oeën bol.
- aagter de buuke heg -
onvindbaar, de weg kwijt
-
aanderaand
- verschillend, afwijkend van elkaar. "Ze zijn aanderaand",
"Ik heb twee aanderaande".
aanleggen -
op bezoek gaan (kroeg). ergens aanleggen - een
bakske vatten
Aanpikkelateur -
iemand van de gemeentereiniging die papier prikt
aier -
eieren
andievie -
andijvie
appel mee bone -
Een op het eerste gezicht vreemde combinatie
van gedroogde appels met (witte of bruine) bonen, èrpels (aardappels) en
een onvervalste rookworst van de Kwant. Ge zijt pas ene echte
Nieuwendijker es ge dut een keer geproefd het.
appelesien -
sinasappel
asem -
adem
asemen -
ademen
avaseren -
opschieten
bakkes -
mond, gezicht. Houd oe bakkes - hou je mond.
bakske -
kopje koffie
bangeske -
bankje
belaoitafeld -
besodemieterd
belderen, deurbelderen -
met vuile schoenen door het huis
lopen.
benéje -
beneden
benukt -
gek Zij de gij nou helemaol benukt geworden? - Ben
je nou helemaal gek geworden?.
beerput -
wc-opvang
begaaien (Gij begaait ut) - Een puin hoop van maken. (Jij maakt er
een
puinhoop van)
beljat, belkattik -
ja
belnent, belnentik -
nee
bende - een rotzooi. 'tis me daor toch een bende
beren -
de beerput leegmaken en de inhoud verspreiden over het
land
beslag -
beroerte
bietje -
beetje
bijnden -
binden
bivacceren -
verblijven
blaaike -
blaadje
bleek -
stuk grasland waar vroeger de was op werd gedroogd
Bleek -
Vroeger een klein riviertje dat Nieuwendijk met de
Biesbosch vervond. Tegenwoordig een sloike van niks.
blènen -
blaren
blèren -
schreeuwen
blèten - blaten, het schaop staot te
blète
'n bliksem - een slechte vrouw (vooral voor haar man)
bliksemse jong - ondeugende kinderen. Dit werd vaak gezegd door
ome Hans van tante Saor (Hannes den Dapper)
blom -
bloem. Een boske blomme - en bosje bloemen.
blubber - modder (in de peje tijd zaten wij altijd onder de
blubber)
boezeroen -
(over(hemd)
bordeke -
bordje
borstrok -
wollen voorloper van een hemd
bot
Laars. Trekt oe botten is aon = Trek je laarzen eens aan.
Het woord stamt net als bijvoorbeeld mesjeu uit het frans. Waar je raad
het al botte - laars betekent
botjes - houten kinderschaatsen
botter -
boter
braaien - breien, ze braait een trui
braoien - braden, vlees braoien
brugguske - brugje Het Brugguske - Hiermee
wordt het voormalige brugje bedoeld dat de Kerkweg met het Oslopark
verbindt.
bruts -
broeierig, wèrm
builtje -
zakje
buitenaaf -
heel de week weg zijn van huis om te werken
bukkum -
Bokking
bukzuut -
beurs fruit
burte -
buurten, op visite gaan.
dakhoas - kat
Dekske- ut Dekske -
Het Dijkje een van de oudste straatjes
van Nieuwendijk.
dot -
veel
dotje -
een kleine hoeveelheid. Een dotje èrrepels - een zeujke
èrrepels
doske -
doosje
deinsdag -
dinsdag
deurdouwer -
doorzetter
deurslag -
vergiet
deuze -
deze
douwen -
duwen
dun draai -
eerste bocht in de buitendijk
drènen -
zeuren
dreuger -
droger
dreugweinder - Een witte boon die te drogen is gelegd.
dripselen -
ijsberen, drentelen
unnen deuzige - een droogkloot, des
me toch unnen deuzige
durp -
dorp
èfkes -
eventjes
ègeste
- hetzelfde / dezelfde. Leet Werkendam nog op het
ègeste plekske? - Ligt Werkendam nog op dezelfde plaats?
Eigenheimer -
eigenwijs figuur
Ènd - ut Ènd.
Het begin van de Rijksweg als je van de
huisnummering uit gaat.
èrrebezen -
aardbeien
èrrepel -
aardappel
errepelschelmeske -
aardappelschilmesje
eruit naaien -
er vandoor gaan
fezikken -
friemelen, rommelen
fik -
vinger. Houd oe fikke thuis - Hou je vinger thuis.
fits -
fiets
fitsen -
fietsen. Ga de mee een èndje fitsen?
foelie ~
aluminiumfolie
frommes -
vrouwen, vrouwvolk
frullie -
jonge meiden
gaffel -
mond
gaai -
gij
gèf -
knap
gère -
graag
geschaaien -
gescheiden
geut -
vroeger
had je nog geen afwatering zoals nu en lag er langs de dijkhuizen een
goot waardoor het hemelwater wegliep
gewist -
geweest
grip -
greppel
gruun mee witte -
Snijbonen (doorgaans uit het vat waarin ze
met een flinke dosis zout geconserveerd werden) gemengd met witte bonen en
niet te vergeten een rookworstje en vaak ook nog verse worst.
gullie -
jullie
gunterwijt -
verderop
gutsteên -
De
gootsteen in de aanrecht
guuns
- heen, ginds
haaibaai -
feeks
haals - kindje. Vaak medelijdend bedoeld. Kek diejen haals toch es
- Kijk dat arme kind toch eens
haerm -
klein mager babytjes
hannussen -
uitvoeren, doen. Wa zijde an't hannusse - Wat ben je
aan het doen
hansen -
emailen (vrij naar: Hans van (ie)Meel
Hardewijker -
gierig persoon
harketuig -
gereedschap voor het scherp maken van de zeis en ander
gereedschap
harses -
hoofd, kop. Hou toch oe harses - hou toch je kop
hedden -
hebben. Daor heddum. Daar komt hij. Hedde gij ene
kwatta? Heb jij een chololadereep.
heks -
knieholte
hendig -
handig, aardig, knap
hengelat -
vishengel
hènning -
hek
hèring -
haring
herres -
weer (heen en weer)
herrieschot -
geluidsscherm
heuren -
horen. Hedde ut al geheurd? - Heb je het al gehoord?
heut -
hoofd
heutoverkop -
van top tot teen
hieel - hele (zie père mee spek)
Hink hokke -
je tekende een hinkelhok en ging met je vriendinnen hinkelen
Hittepetit - Een kordate vrouw
hof -
(groenten)tuin
hortje -
een tijdje, poosje
houdoe -
dag, tot ziens
(Oorspronkelijk is het een ‘versimpeling’
van de uitspraak “de Heere behoude u”.)
hukke -
wat voor, welke. Hukke schoenen had ie aon? Wat voor
schoenen had hij aan?
hukken - hurken, op oew hukken zitten
= gehurkt zitten
hullie -
zij (groepje) daar
hurk -
op zijn hurken zitten
huske -
WC\
jaanken - huilen
jaankbakkes -
huilebalk
jong -
kind. Een klèn jong - kleuter
jotteren -
heen en weer bewegen
juin -
ui
kachel -
dronken
kauwauwen -
kletsen
Kefoek -
Kijfhoek. Een van de bekendste boerdijen in de buurt
van Nieuwendijk.
kèk -
kijk. Kèk daor is - kijk daar eens
kelderwijnd -
dommekracht
kerkbroad -
zie muntje
kès -
kaas
Kèske - Keesje
ketelpak -
overall
keu -
varken
kijnd -
kind
Kijnds -
kinds
kik -
geluid. Ik wil ginne kik meer heure - ik wil niets meer
horen.
klaai -
klei
klauw -
hand
klèn -
klein
kleppen -
kletsen
klompkes -
klompjes
klotje -
alpino pet
Knelisroos -
pioenroos
kneukels -
handen
Knotsenschelleft
- stapel van oude stronken uit de griend
kod -
waterplant met bruine pluim
koei -
koe. De koei in z'n kont kijken - Achter de feiten
aanlopen
koekenbak
- pannenkoek
kommeke -
kopje kommeke en een schotteltje - kop en schotel
kopke -
hoofdje, theekopje
kopkedieten -
haasje over spelen
kouwe -
koude kouwe weind - een koude wind
Kouwouwen -
kletsen, onzin uitslaan
krèk, krèk-aai - juist, correct
kries -
kruisbes
kroot -
rode biet
kruskes -
kleine pruimen
kwaod -
kwaad
Kwats - onzinkwatta -
Chocola, choladereep.
kwek -
mond
Kwets -
aaneengeregen pieren
laand -
land, volkstuin tbv groenten.. Ik ga naor ut
laand - Ik ga naar de (volks)tuin
leer
ladder Je spreekt leer uit als lieer of soms als lèr
lègere schoal -
lagere school
lekke(n) -
likken
lers -
laars
lest -
laatst
linksom -
binnenstebuiten
loapen
- lopen
logie -
horloge
longkortse -
longontsteking
looi -
Grote baby
lurven -
kladden,
as ge nie
ophoudt, dan vat ik
oe bij oe lurven.
lustere -
luisteren
mauwen -
praten, kletsen
mauwert -
zekert, zeurpiet
mèd -
meid. Jongens op de mèden was een vangspel op
de lagere school.
mèrgen
- morgen
mèrtje -
markt
mesien -
machine
mesisterse broek - Broek van Manchester stof
mesjeu
Aanspreektitel van onderwijzer, ontstaan doordat de
plaatselijk lagere school eerst een onderdeel vormde van een kostschool
(het instituut) waar Frans gesproken werd.
mèske -
meisje , een mesje
meuzik -
mug
mies, miens -
mens
missie -
mest
mombakkes -
masker
mui -
tante
mundjiène -
straks, later
murke -
de muurtjes op de Buitendijk ( als waterpreventie bedoeld)
Op 't murke gaon zitte kauwauwe mee de burt.
muntje -
pepermuntje dat je voor de preek toegediend kreeg
neffen -
naast neffen oe - naast je
neptang -
nijptang
nest -
bed (komt oewe nest uit, oewe nest opmaoke)
netterna -
hang er van af
nie -
niet
nò-nie -
Nog niet
nieuwsgirrig -
nieuwsgierig
nij -
nieuw
oelewapper -
stommeling
oepoe -opoe
oew -
uw of je. Houd oew bakkes - Hou je mond.
olienotjes
- pinda's
ollebaaie -
aalbessen
onderlest -
onlangs
ontstraand -
brutaal
ont
Oneerlijk, vals. Onte koek komt altijd uit - Als je vals
speelt of liegt komt dat altijd uit. Vies, vuil.
onterik -
gemenerik, viezerik
opper -
hoop grond
de pad -
pad bij dun draai aan de kil
Pakstraat -
Zevenbanseweg
pee -
suikerbiet. meervoud: peejen
pèr -
peer
pèrd en waoge -
paard en wagen
hieel pèren mee spek -
hele peren met spek
pier -
regenworm
piktol, piktolleke -
tol
platjes plekke -
plaatjes plakken
platte èrrepel -
gebakken aardappelen
plee
- WC
pliesie
- politie
pooieren -
peuren. Het met een kwets vangen
van aal en/of paling
portefullie
- portefeuille
prakkezeren -
nadenken
pro
knikkerterm. Als de tegenstander de laatste en winnende
knikker maar voor het inpikken had, dan kon je door "pro"te roepen het tij
nog keren en de knikker op het beginplekje leggen. De tegenstander kreeg
automatisch het recht om ook een keer pro te roepen
pro-in-de pot
knikkerterm. Zie pro. In feite had de
tegenstander al gewonnen want zijn knikker zat al in de pot. Pro-in-de-pot
werd meestal alleen maar toegestaan als de verliezer haar of zijn laatste
knikker had ingezet
pro-ma-nie knikkerterm. Zie pro. Voordat twee knikkeraars met
elkaar aan de slag gingen werden er afspraken gemaakt. Pro-ma-nie betekent
heel simpel dat pro niet mag. Later werd de voorloper van Xinix naar deze
knikkerterm vernoemd.
raoien - raden, ge raoit ut nooit
raps
- rasp, kès rapsen = kaas raspen
rauw-dauwer een onhandig iemand, loopt overal tegen aan, laat
alles vallen etc
'n juffertje, 'n heertje: werd gezegd van iemand uit de stad , die niet
in een van de dorpen geboren was. Werd ook gezegd van iemand die in
Nieuwendijk geboren was en die in plek van plat nijendijks,a.b.n.sprak.
reishak -
speciale bijl voor werk in de grienden
reutemeteut -
rotzooi, rommel
rijf -
hark
rugt -
onkruid
rugten -
onkruid wieden
russekoôk - schommel
sauwelèr -
zeurpiet
schatse -
schaatsen
schelft -
riet- of hooistapel
schrèten - schreeuwen
schrétmasjien - Iemand mee een groot bakkes, een schreeuwlelijk
schotteldoek -
vaatdoek
schotteltje -
schoteltje
schouw -
leuk. Da zij wel schouw - Dat is wel leuk
schrèten -
schreeuwen. Mies zit nie zò te schrète - Mens zit
niet zo te schreeuwen
schroeien -
barbecuen
schuif -
lade
schup -
schop, spade
schurke -
schuurtje
seinspaol -
houten paal voor elektra of telefonie
sijt -
site
sjiemelen -
onrustig zijn. Zit niet zo te sjiemelen -zit eens een
beetje stil
sjurk.
Huismus. Een volgens mooier en passender woord dan het
Nederlandse origineel.
smoel -
mond, gezicht. Houd oe smoel - Hou je mond.
sloat, sloike -
Sloot, slootje.
Snul -
naam voor een gerecht dat bereid werd na het slachten van
het varken
spouwen -
spugen. Spouwkoei - Lama
slaai -
sla
slek -
slak
slob
- losjes. De veters zitten slob. De veters zitten los
gestrikt.
staamp - stamppot, we ète staamp
ne stap -
vlonder bij sloot
steukeren -
stinken
stilleke -
postoel
streen -
rij. 't was één stréén mee
auto's ( een lange rij auto's)
struffelen -
struikelen
sturm -
storm
sunt -
jammer
swijnters -
in de winter. Swijnters gaode schatse -
In de winter ga je schaatsen
taaike lappen -
ijsschotsen trappen
taofek -
tafel
terwebroad -
tarwebrood
terwebroajen -
tarwebroden
tieej
- teen
tiènen
- tenen
tilleke -
open zolder
titol -
dwaas, gek
tjal -
rechte smalle schop om mee te spitten
tjekeme -
luidruchtig eten
toatel -
Wankel, wiebelig. De lee stoat Toatel - De ladder
staat wankel.
turreke -
Pesten of
plagen. Zit da jong nie zo te turreke
- zit dat kind nie zo te plagen
uitkruiperke -
verstoppertje
uitschaaien -
ermee stoppen
vatten -
pakken, nemen
vègen - vegen
vèrken -
varken
vèrkenshok -
varkenshok. Ten tijde van het nog functioneren
van de oude school was ut vèrkenshok een gedeelte van het schoolplein. Het
hoekje onder het naambord van de school.
vlonderke -
stijgertje
vort -
er vandoor, weg; ook aansporing voor een paard
vremd -
vreemd
vreuker -
iemand die zwaar werk doet
vruten -
wroeten
vurdeur -
voordeur
vurre -
voren. Naor vurre - naar voren
vurvertrek -
voorkamer
waai -
weiland
wa feur -
wat voor (iets)
wefke -
vrouwtje
weind -
wind
weljattik -
welja
welnentik (welnent) -
welnee
werf -
tuin/erf rond je huis
weps - wesp
wèrm - warm
wètten -
weten. Wette gij - Weet jij
wijd -
ver. Die boom staat wijd weg - die boom staat ver hier
vandaan.
wijnter -
winter
wijt -
ver. Wijt weg - ver weg
witte -
weten (witte gaai dè dan nie? - weet jij dat dan niet?)
wurm - 1. worm, 2. klein kind
wurvel -
grendel om iets (luiken) mee vast te zetten
zaand -
zand
zaol -
fietszadel
zefke -
zeefje
zeisie -
zeis
zèkbal -
Bal van niks (voetbalterm)
zèkerd -
zeikerd, zeurpiet
zeujke -
een kleine hoeveelheid zie: dotje
zoeg -
zeug
zooike -
kleine hoeveelheid (zie zeujke en dotje).
Een rotzooi - hij makt er een zooike van
zullie -
zij
zurregen -
zorgen
zuut -
zoet, stil
zuut is -
hou je mond
zuuthouwerke -
zoethoudertje
't Zwart ènd -
de is waor Gerrit Oldenburg
woant oan d'n Buitendijk vlak bij
de Buitenkoai oan de Hang en ut End de is woar vrogger Japie Oosterwijk
gewont het en zo'n bietje alle Tolle
Gezegden en
uitdrukkingen
-
Aachter
Gurcum -
zeer ruime
geografische eenheid: zo ongeveer het hele noordelijk halfrond boven de
Merwede
-
Aaf moeten goan
- poepen
-
Hij komt over -
Iemand die wijd weg woont, komt op
bezoek en blijft slapen
- Bet ie a'k um aai -
Bijt de hond als ik hem aai
- Bij Sjarreltjes een pilsje pakken -
Bij recafé de Pelikaan een
biertje drinken
-
Boven aerde staon -
opgebaard staan
- Brande gij oew kneukels? -
Brand je je handen?
- Hij braoit er niks van
- hij brengt
er niks van terecht
-
Buitenaf werken -
elders aan het werk zijn
- Da ge bedankt zijt, da wette -
dat je bedankt bent dat weet je
- Da's krek wa'k wou -
Dat is juist wat ik wilde
- De kopkes (de bedde, de raome) doen
- de vaat afwassen,de bedden
opmaken , de ramen zemen etc
- Da nukt me niks -
dat kan mij niet schelen
- Da wet gin man -
Dat weet niemand
- Da wette gij nie -
Dat weet jij niet
- De hort op -
niet thuis zijn, er vandoor zijn
- Dè doede toch nie
- Dat doe je toch niet
- De rook nukt de schorsteen uit
-
De schoorsteen trekt lekker
-
Dé staot slim -
Het staat scheef
- De stoep op -
de dijk op
- Dè wast
- dat was het
- Dur deurzakke -
er door heen zakken
-
Een aovendje burte
-
Gezellig
's avonds bij vrienden,
buren of kennissen op bezoek gaan
- Een natte kraant -
iemand met een veel te mooi pak en met veel
inbeelding, die echter in werkelijkheid niet echt veel voor stelt.
- Een turfske wentelen -
een sjekkie draaien
- 't Ènd afgaon - er vandoor gaan, hij ging 't Ènd af
- Es ge aon ut ene end van de dijk oewen pink
brekt, zijde aon ut aander end doad. -
Roddelen en overdrijven.
- Es ge een goed verstaand het en ene kurke ziel, dan drijf de locht -
Als je een goed stel hersens hebt en een ziel van kurk, dan drijf
je licht.
- 't gaot aamper
- het gaat maar net
- Ge lieg ut toch -
Het is toch niet waar
- Ge zijt helemaol belaitafeld -
Je lijkt wel gek, dat kun je niet
maoken
-
Gebid hemme -
we hebben gebeden (voor het eten,
dus mogen we gaan eten)
-
Geklutst aai
mee rôme -
pepmiddel van warme melk met een geklutst ei en als het
koud was ging er ook nog een scheut cognac bij
- Guuns en herres -
heen en weer
- Hettud al geheurd?
- Heb je het al gehoord?
- Hier zij'k weer -
hier ben ik weer
- hij is zo maoger es un hermke"
- Hij is zo
mager als een lat
- "Hij lijkend sprékend op z`n voader"
-
Hij lijkt
sprekend op zijn vader
- Hij viet ur lucht op -
Hij tilde ze op alsof ze zo licht was als
een veertje
- Hoe hitte gij?
- hoe heet jij?
- Hoe is't meugelijk -
hoe bestaat het
-
Huib de Baker waarschouwen -
De verloskundige oproepen
- Hukke sjurken hedde gij op oe heud? -
Wat voor mussen heb jij op
je hoofd
- ik gaai effe un endje de sluis op -
van de kil of het centrum
richting de 3 sluizen gaan
-
‘k heb toch zukke
meraaakelse earpel van de jaor, 3 in ne mudzak! -
Ik
heb geweldige aardappels dit jaar......-
ik kom van Uittik en ik wèt van niks
-
schijnt een uittikker ooit gezegd te hebben toe hij in de buitengebieden
rond liep
- Ik zie ze al aon komme gepsen
-
Dat was een
dame, die een nieuwtje had, dat brandde op de tong om het maar door te
kunnen vertellen. Vaak niet zo vleiend over de persoon die het betrof.
- Ik zit op de gym. op 't koor
: ik ben lid van ...
- 'k wèt nie
- ik weet het niet
-
In de klèn jong
zitten -
Jonge kinderen
hebben-
Lôp nie te dripselen -
heen en weer
lopen, maar niets doen
- M'n ogen beschieten -
een dutje doen
- N(e)uk toch op -
Maak dat je weg komt
-
Nie mer te banken -
niet vol te houden-
Nukt ut doar mer njear -
Gooi of leg het daar maar neer
- Oep de bonnefooi -
zonder voorbereiding op reis
-
Op alle dag lopen -
hoog zwanger zijn-
Op de werf -
rond het huis, op het erf
- Slek op unne bierkaai -
kat op het spek
- Stao nie zo te drôppen -
als je de afwas aan het afdrogen bent, en daar
valt wat water op de vloer.
- 't boven doen, beneje doen, buitenom doen
(nijendijkse huisvrouewe
taol) - schoonmaken
-
Tijding doen -
op de hoogte
brengen-
Van de beën zijn -
medische term
waarbij de onderste ledematen wel aanwezig zijn, maar hun diensten
weigeren-
Van wie zijde gij er intje? -
Van wie ben jij er een?
- Volluk!!! -
Is er iemand thuis. Ook wel: Goed volluk!!
- Wa doet ur op? -
Wat is er aan de hand?
- Wa kan mij dè neuken -
Wat kan mij dat schelen
- Wa lopt te te kwikbillen -
Je loopt maar rond, maar komt tot niks
- Wa nukt mijn dè -
Wat kan mij dat schelen
- Wa wot - Wat zou het
- Wa zijde ge toch unne piktolleke - tegen een kind dat te draaien
zit op z'n
stoel
- 'k wèt nie
- ik weet het niet
- Wit ik veul -
weet ik veel
- Zei de nou al wjear vrommes? -
Ben je nu alweer
terug?
- Zèk op unne riek -
Veel geschreeuw en weinig wol
- Zij gaot wêer is aale pôttestellinge aaf
-
Zij is nooit
thuis en altijd op visite
- Zuut zijn
- zoet zijn
Medewerkers
- Jeanet Ambachtsheer - van der Stelt
- Joke van Andel
- Arno van Anrooij
- Arie Bakker
- Marus Bakker
- Els Bogers
- Bert Branderhorst
- Kees Biesheuvel
- Gerard den Bok
- Dik van den Boogert
- Engelbert van de Broek
- Aad van Brouwershaven
- Wim Colijn
- Dick van Culenborg
- Wim Deenik
- Bertus Dekker
- Chrisje Dolislager
- Nelly Donkersloot
- Aart Ebert
- Leen Ebert
- Frank Elders
- eMZet
- Marian van Giessen
- Elly de Graaf
- Martijn Groeneveld
- O.J. Groenevelt (Sim's son)
- Leeuw Heiblom
- Letje van Jetse en Aoie uit den Buitendijk (ik zei dur ieen van de
Fordjes)
- Wilco Heiblom en Jannie de Graaf
- Corné Heijstek
- Cornelis Heystek
- Lies Ippel - Visser
- Edwin Kamerman
- Kees Kant - Arnhem
- Marja Kappel
- Pim van der Kleij
- Rianne de Leeuw
- J.D. Lex
- Rinus Lievaart
- Arie van Maastrigt
- H.M.E. Mandjes
- Hans van Meel
- Fie van Noorloos
- Kees van Noorloos
- Sjors van Noorloos
- Reinier van der Pol
- Patrick van der Pijl
- Johanna Pruissen
- Adrie Romijn van der Pijl
-
Ben Schermers
- Arie van der Stelt (Woerkum)
- Herbert van der Stelt
- Fred Straver
- Bert Strik
- Kees Struik - hofleverancier van woorden
- Diny Terlouw - Struik
- Remco Terlouw
- Carlo van Venrooij
- Corine Verweij
- Ardy van Vugt jr.
- Piet van Vugt
- Cees Wijnands
- Martin Wijnans
- Gerdo Zondag
Start | Bezoekers | Bijnamenregister | Woordenboek | Informatie ABC | Verhalen van oud Nieuwendijkers | Verhalen | Fotoalbum | Sport | Cultuur | Geschiedenis | Toerisme | Volkslied | Links | Onze afgevaardigde in Werkendam | Nieuwendijk(ers) op YouTube
Deze site is voor het laatst bijgewerkt
zondag 06 maart 2011
|